Auteur: administratie

  • Nele Van den Broeck kiest ook voor … ‘Wolkmaki’ van Marijn Pelkmans

    Nele Van den Broeck kiest ook voor … ‘Wolkmaki’ van Marijn Pelkmans

    Meter Nele Van den Broeck koos twee favoriete teksten uit #38 Het belang van het irrelevante. We gaven je eerder al een deel van ‘Polymeer’ van Lieven Stoefs mee. Nu die andere favoriete keuze: ‘Wolkmaki’ van Marijn Pelkmans.

    Je kon Marijn al aan het werk horen tijdens de lancering van #38. Toen kregen enkele auteurs de kans om van zich te laten horen op radiozender urgent.fm. Nele had het volgende over zijn tekst te zeggen:

    Het mooie aan Wolkmaki vind ik de schaamteloze vermenging van onderwerpen, perspectieven en stijlen. Bepaalde zinnen lezen als een Wikipedia-pagina, andere als een roman van Garcia Marquez. De woordenschat gaat van zandkorrel tot QR-code. Weer: in alles is poëzie te vinden.


    Wolkmaki

    Zijn vader bestudeert de groei van de Sahara. 
    Elke dag legt hij een zandkorrel op zijn tong, 
    daarna een tweede, schrijft een essay over 
    het smaakverschil tussen de twee.
    –––

    Op zijn achttiende ruikt hij naar vers gemaaid gazon. Men zou
    een moestuintje op 
    het groen achter zijn oren kunnen aanleggen. Niemand die er
    tijd voor heeft. 

    Hij besluit bioloog te worden. Het is niet duidelijk of de QR-code 
    (in zijn achterhoofd gedrukt) 
    hem hier toelating en/of aanleg voor geeft. Niemand protesteert. 

    Zijn biologie brengt hem tot in Madagaskar, 
    hij grijpt zich vast aan het regenwoud. 
    Anderen lopen zichzelf voorbij: handelsakkoorden, revoluties,
    rampen, voorspoed, tegenslag … 

    Hij hoort enkel het nachtelijk 
    gegil van een halfaap. 

    Tijd ledigt zich in het loensen van de lemuur. 
    Het loopt over, morst zich een weg door zijn leven. 

    Publicaties passeren – ongezien. 

    Een dun vingertje wijst omhoog vanuit een boom,
    toont hem waar waarde te vinden valt.

    Zijn laatste publicatie is die over de ontdekking van de wolkmaki:
    een vreemd dier dat zich vastgrijpt 
    aan de lucht, QR-codes probleemloos scant, richting geeft aan 
    zij die hem kunnen vinden. 

    De paper zou een wereldschok veroorzaken, 
    maar 

    niemand die het merkt 
    wanneer hij verdwijnt. 

    Die dag proeft zijn vader geen verschil.



    Lees ‘Wolkmaki’ van Marijn Pelkmans in #38 Het belang van het irrelevante.

  • Joost Oomen kiest voor … ‘Roze’ van Anne Broeksma

    Joost Oomen kiest voor … ‘Roze’ van Anne Broeksma

    Peter Joost Oomen koos twee favoriete teksten uit #38 Het belang van het irrelevante. De eerste tekst die we op je los laten is ‘Roze’ van Anne Broeksma. Je kon Anne al aan het werk horen tijdens de lancering van #38 op 27 mei. Toen kregen enkele auteurs de kans om van zich te laten horen op radiozender urgent.fm. De lovende woorden van Joost over ‘Roze’:

    Ik ben dol op gedichten met lange opsommingen en dit is in die categorie een buitengewoon geslaagd exemplaar. Het lijkt een beetje op het lied ‘Pink’ van Aerosmith (ook bekend in de uitvoering van Janelle Monae), maar Anne geeft zoveel gouden zinnetjes meer dan de liedjes. ‘Ik ben 99% roze met een oog erin’ en ‘Roze loopt als een vochtig varkentje door de straten.’ Uit een wirwar van pinktax, tong, huid en de kringloop stelt Anne een prachtig gedicht samen. 


    Roze

    De plastic spatel van de Hema.
    De jurk van de actrice op het strand.
    Vaatdoekjes en mijn tegenzin en de dageraad.

    Alles wat huiselijkheid moet uitstralen
    of het juist moet doorbreken.
    De letters op het glanzende omslag,
    de verpakking van vochtige doekjes,
    vibrators, inlegkruizen.
    De strik om de nek van een knuffel
    die in een steegje naast het vuilnis staat.

    Roze zijn mijn darmen
    en mijn buitenkant
    en mijn lippen.
    Ik ben 99% roze met een oog erin.
    Roze is geboorte, opgroeien
    en ook ziek zijn is roze,
    van een diepere soort.

    Roze is jongens en meisjes,
    kinderen en bejaarden.
    Roze loopt als een vochtig varkentje door de straten.
    Het spint en snurkt en snuift,
    zoekt naar een ingang en wil bij ons wonen,
    onder een dekentje kruipen.
    We kunnen het de toegang niet weigeren.

    De optelsom van al mijn ijverige bloedlichaampjes.
    De conclusie waar alle kunstenaars 
    die naar mensen kijken in verdwijnen.
    Wat er bij de stort, de kringloop, het museum staat.  
    Door fabrieken en genieën uitgespuugde,
    aangevoerde en weer afgevoerde intimiteiten.

    Roze is wat ik probeer te vermijden,
    een schaamte die zich schaamt voor de schaamte.
    Vooruit, hier ben ik dan. Met m’n roze.

    Roze is alles wat ik ooit gevoeld heb en tot uitdrukking
    bracht terwijl ik mijn mond opende, met mijn tong
    langs mijn gehemelte streek. 

    Het zit in me, ik voel het in beweging komen.
    Alsof het op zoek is naar stukjes onafgedekte huid.
    Meestal gaat het goed, is er niets aan de hand.
    Soms gutst het over de randen
    of hebben we er te weinig van,
    maar dan worden we weer aangevuld
    of afgekloven. Er is altijd precies genoeg roze 
    om het netjes te houden.

    Roze is keihard werken.
    Roze is pompen.
    Ik kan wel ophouden nu.
    Alles wat ik ooit gezegd wilde hebben: roze.



    Lees ook ‘Bewaaradvies’ van Anne Broeksma in #38 ‘Het belang van het irrelevante’.

  • Nele Van den Broeck kiest voor … ‘Polymeer’ van Lieven Stoefs

    Nele Van den Broeck kiest voor … ‘Polymeer’ van Lieven Stoefs

    Meter Nele Van den Broeck koos twee favoriete teksten uit #38 Het belang van het irrelevante. Als eerste presenteren we je ‘Polymeer’ van Lieven Stoefs. (Te lezen onder de foto. Of toch voor een stuk.) Dit had ze over deze tekst te zeggen:

    Wat ik zo mooi vind aan Polymeer is dat het aantoont dat er in alles poëzie te vinden is. Het deed mij denken aan deze quote uit Zen or the Art of Motorcycle Maintenance:

    “The Buddha, the Godhead, resides quite as comfortably in the gears of a cycle transmissions as he does at the top of a mountain. To think otherwise is to demean the Buddha – which is to demean oneself.”

    Hou Roergebied in de gaten om de tweede keuze van Nele te ontdekken.

    Polymeer

    De allereerste keer dat zo’n hand voorbij flitste, lette ik er niet op, overtuigd dat ik me vergist had. Pas de derde of vierde maal dat het gebeurde, besefte ik dat ik me niets had ingebeeld. Vanaf toen trachtte ik bij elke kans een glimp op te vangen van het rampgebied.

    Bij een begroeting of kort gesprek, probeerde ik mijn hoofd zo onopvallend mogelijk te houden en te gluren naar het onherkenbare vlees. Naar de misvormde hand die wiegde bij het vertellen. Ik hoopte de ontmoeting te rekken, de juiste vragen te stellen om een geestdriftig antwoord uit te lokken. Af en toe had ik dan geluk: de man vergat zijn schroom en liet de hand gesticuleren, waarna ik haar ongegeneerd in volle glorie kon bekijken.

    Bij heel wat arbeiders ontbraken zo één of meerdere vingers. Nu eens een wijsvinger, of een pink, bij één onfortuinlijke man drie aan dezelfde hand. Er waren tengels die nog uit twee kootjes bestonden en pechvogels van amper een centimeter lang. Andere vingers misten slechts een topje. Een halve nagel klampte zich verweesd vast aan de restanten, als een wanhopige alpinist aan een door een lawine weggevaagde bergwand.

    Eens ik ze ontdekte, werd mijn zicht steeds op magnetische wijze naar de stompjes gezogen. De manier waarop de huid genas en verder groeide ter hoogte van het snijvlak trok het meest aan me. Glanzend rozig vlees met donkere vlekken, eeuwig stram ondanks de honderden strelen die de andere, intacte hand haar elke dag gedachteloos gaf. Of  vaalgeel met rode vegen, grillig wassend vel, niet goed wetend welke kant op.

    Af en toe ving ik een fragment op van hoe de vingers gesneuveld waren. Bij nietsvermoedende handelingen, misschien tijdens gedachten aan geliefden. Bij Marcel toen hij resten plastiek uit de extruderschroef aan het schrapen was en het toestel plots weer inschakelde. Of Léon die onoplettend de razendsnel draaiende as van een pomp raakte. Vernuftige, blinkende machines die zo mooi en vloeiend bewegen, totdat ze plots op weerstand stuiten.

    Uit het gedrag van de anderen trachtte ik de onzichtbare codes te ontcijferen. Bij de eerste ontmoeting van de dag diende men elke collega in de fabriek een handdruk te geven. Impliciet was het de bedoeling om te onthouden wie van de tientallen anderen ik die dag al had gegroet. Ik zocht hulpmiddelen om deze taak te verlichten. Een namenlijst met foto’s die ik kon afvinken, een denkbeeldige versie van het spel ‘Wie is het?’ waarop ik de hoofden van alle reeds  ontmoete collega’s mocht neerklappen.

    Binnen die afspraak heersten bijkomende regels die concentratie vergden. Zo was er de kwestie of het wenselijk of nodig was om alle aanwezigen bij de dagelijkse productievergadering een hand te geven bij het binnenkomen. Sommigen maakten zich er snel vanaf met een knik en een snel geopperde begroeting maar zekerheid over de draagwijdte hiervan kreeg ik nooit.

    Soms gaf ik per ongeluk een tweede handdruk aan een al eerder begroet persoon. Nog voor onze handen elkaar omklemden, wist ik al uit de onbegrijpende en licht verbaasde lichaamstaal van de andere dat ik me had vergist. Daarop volgde een beschuldigende grimas. Het kwam er dan op aan dapper te zijn en snel door te zetten met de reeds ingezette handomklemming, de andere ‘Al gezien vandaag toch?’ te horen uitstoten, voldoende luid opdat omstaanders het hoorden en de verantwoordelijke zouden kennen voor deze overtreding. Om dan tot slot de onwillige hand te lossen en zonder omkijken te vluchten uit dit specifieke onheil.

    Er overviel me blinde paniek als ik onwetend op één van de onthande collega’s afstapte. Ik strekte mijn rechterarm. In een flits zag ik de volstrekt onlogische vervorming van hetgeen ik diende vast te grijpen.

    Het vervolg ontdek je in #38 Het belang van het irrelevante.

  • #38 Het belang van het irrelevante

    #38 Het belang van het irrelevante

    Het belang van het irrelevante: het klinkt als een paradox. Het irrelevante lijkt onnodig en onbelangrijk ten opzichte van wat zich op de voorgrond afspeelt. Wat belang heeft wordt nuttig en ernstig bevonden – de irrelevantie delft hierbij het onderspit. Of is dit slechts een kwestie van perspectief?

    Het belang van het irrelevante kan ook iets zijn dat een verschil maakt ondanks de zuivere nutteloosheid. Zoals puntjes op de i die langzaam verdwijnen. Of een gat dat een tijdschrift volledig doorboort. Maar is iets écht van onbelang, wanneer het zorgvuldig geplaatst is om aan te tonen wat de invloed van iets onnodig kan zijn?

    De auteurs die we je presenteren in dit achtendertigste nummer geven irrelevantie, dat wat ogenschijnlijk van belang is en de vloeiende grens ertussen verschillende gedaantes. Ontdek tekst van Anne Broeksma, Anselm Berrigan (vertaling van Jeroen van den Heuvel), Christiaan Ronda, Dimitri Antonissen, Marijn Pelkmans, Maarten Luyten, Lieven Stoefs, Lotte Lola Vermeer, Sanne Aletta van Otten, Lies Gallez, Jordi Möllering, Olga Ponjee, Niels Raaijmakers en Anna Wegloop.

    De ene laat je een blik werpen op het ongehoorde. Of op het lot van een dood lichaam waar niemand naar omkijkt. Er zijn personages die geen blijf met zichzelf weten en willen krimpen. Wat als je liefst zo weinig mogelijk plaats inneemt om gelukkig te zijn? Maar niet gezien worden blijkt elders evenzeer gevolgen te hebben. Er wordt geprotesteerd en gerebelleerd. Het onbekende jaagt angst aan. Er zijn doelen die bereikt moeten worden, focussen die scherp staan – maar waarom eigenlijk? Er zijn teksten met toekomstbeelden en opgelopen littekens die vraagtekens plaatsen bij de waarde van het individu. Meningen worden niet gehoord of vertroebelen meer dan ze verhelderen. De kleur roze is alom aanwezig.

    In Het belang van het irrelevante ontdek je ook werk van Olivia Hernaïz en Nadia Guerroui. Olivia toont met haar kunstpraktijk dat je soms hardnekkige waarheden moet loslaten om tot een betere uitkomst te komen. Nadia geeft dan weer de hoofdrol aan subtiele ervaringen. Op zoek naar wat echt belangrijk is, maakt ze dingen die er niet echt zijn.

    BESTEL #38 Het belang van het irrelevante HIER.

  • Gratis de nieuwste Kluger Hans? Dat kan!

    Gratis de nieuwste Kluger Hans? Dat kan!

    Een nieuw nummer vraagt om feest. Daarom lanceren we #38 ‘Belang van het irrelevante’ op 27 mei op radiozender urgent.fm. Literaire Schurft in de ether! Meer informatie daarover vind je hier.

    Maar bij feest horen ook cadeautjes. Voor ons? Nee. Voor jullie!

    Vanaf 28 mei krijg je* bij een aantal boekhandels gratis de achtendertigste Kluger Hans bij aankoop van een minimumbedrag**. Ken je Kluger Hans nog niet (zo goed), maar ben je wel vaste klant bij de boekenboer? Of sla je regelmatig boeken in en pik je zo met plezier ons nieuwste nummer mee? Sla je slag!

    Deelnemende boekhandels:

    Barbóék
    Schrijnmakersstraat 17
    3000 Leuven

    De Groene Waterman
    Wolstraat 7
    2000 Antwerpen

    Paard Van Troje
    Kouter 113
    9000 Gent

    Passa Porta
    Antoine Dansaertstraat 46
    1000 Brussel

    Poëziecentrum vzw
    Vrijdagmarkt 36
    9000 Gent

    ’t Oneindige Verhaal
    Stationsstraat 68
    9100 Sint-Niklaas

    (* Obligatoire ‘zolang de voorraad strekt’.)

    (** Vraag naar de voorwaarden bij je boekhandel naar keuze.)


    Het belang van het irrelevante: het klinkt als een paradox. Het irrelevante lijkt onnodig en onbelangrijk ten opzichte van wat zich op de voorgrond afspeelt. Wat belang heeft wordt nuttig en ernstig bevonden – de irrelevantie delft hierbij het onderspit. Of is dit slechts een kwestie van perspectief?

    De auteurs en kunstenaars die we je presenteren in dit achtendertigste nummer geven irrelevantie, dat wat ogenschijnlijk van belang is en de vloeiende grens ertussen verschillende gedaantes. Ontdek tekst van Anne Broeksma, Anselm Berrigan (vertaling van Jeroen van den Heuvel), Christiaan Ronda, Dimitri Antonissen, Marijn Pelkmans, Maarten Luyten, Lieven Stoefs, Lotte Lola Vermeer, Sanne Aletta van Otten, Lies Gallez, Jordi Möllering, Olga Ponjee, Niels Raaijmakers en Anna Wegloop, en beeld van Olivia Hernaïz en Nadia Guerroui.

    Ook zit er een gat in dit nummer.

  • Nele Van den Broeck en Joost Oomen zijn meter en peter van onze jongste telg

    Nele Van den Broeck en Joost Oomen zijn meter en peter van onze jongste telg

    Vanaf nu nemen telkens een peter en meter ons nieuwste nummer onder hun vleugels. Nele Van den Broeck en Joost Oomen zijn de allereerste meter en peter van Kluger Hans ooit – en wel van #38 Het belang van het irrelevante.

    Binnenkort worden de favoriete teksten uit #38 van Nele en Joost bekendgemaakt. Hou daarvoor Roergebied in de gaten!

    foto Kaat Pype

    Nele Van den Broeck

    Nele Van den Broeck is popster, schrijfster, columnist, actrice en theatermaker. Sinds januari 2015 schrijft ze een tweewekelijkse column voor De Standaard. Haar column Mind The Gap werd door de Standaard opgenomen in de 25 beste columns van 2015. Op 17 oktober 2019 kwam Neles eerste boek Halfvolwassen uit bij Uitgeverij Horizon. Het boek is een autobiografische bloemlezing van mislukkingen.

    Popmuziek met hyper-realistische teksten schrijft Nele onder de naam Nele Needs a Holiday. Ze probeert mensen blij te maken met haar muziek door te tonen dat je niet de enige bent die moeite heeft met de valkuilen van het leven. Momenteel werkt ze aan haar nieuwe plaat. Uitkijken dus!


    Joost Oomen

    foto Gaby Jongenele

    Joost Oomen is dichter, schrijver, drummer en performer. Hij publiceerde de bundels Vliegenierswonden en De stort, de novelle De zon als hij valt en de vinylsingle Joost Oomen. Joost Oomen was zowel huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen als stadsdichter van Groningen en won in 2011 het Hendrik de Vriesstipendium voor nieuwe literatuur.

    Naast dichter is Oomen ook actief als organisator van Kantoorpoëzie, Dichters in de Prinsentuin en Explore the North en als schrijfdocent voor het basis- en voortgezet onderwijs. Werk van Oomen verscheen in Revisor, hard/hoofd, samplecanon en Kluger Hans. Oomen trad onder andere op bij Crossing Border, Dichters in de Prinsentuin, Boekenbal voor de Lezers, Wintertuin, Sunsation, Oerol, Lowlands en het Gedichtenbal. In zijn vrije tijd is Oomen onderdeel van het literaire DJ-collectief Team KTW.

    Zijn roman Het Perenlied verschijnt in november bij Uitgeverij Querido. Nog iets om naar uit te kijken!

  • Kluger Hans op de radio: Lancering #38 ‘Het belang van het irrelevante’

    Kluger Hans op de radio: Lancering #38 ‘Het belang van het irrelevante’

    urgent.fm
    27 mei, van 13 tot 14 uur

    De lancering van #38 Belang van het irrelevante vindt deze keer niet plaats tijdens een evenement. Dat kan nu immers even niet. Wél kan je op woensdag 27 mei tijdens ‘tumult: de gasten’ van 13 tot 14 uur enkele van onze auteurs aan het werk horen op radiozender urgent.fm. Literaire Schurft in de ether, dus. Sanne Aletta van Otten, Christiaan Ronda, Anne Broeksma en Marijn Pelkmans brengen je hun verhalen of gedichten die gepubliceerd zijn in ons jongste nummer. De moeite! Onze hoofdredacteur, Yasmin Van ‘tveld, en vormgever, Thijs Kestens, komen ook even aan het woord.

    Het belang van het irrelevante: het klinkt als een paradox. Het irrelevante lijkt onnodig en onbelangrijk ten opzichte van wat zich op de voorgrond afspeelt. Wat belang heeft wordt nuttig en ernstig bevonden – de irrelevantie delft hierbij het onderspit. Of is dit slechts een kwestie van perspectief?

    Luisteren geblazen.
    Klik hier om de radiopresentatie van #38 te herbeluisteren.

    Haal zelf ook een exemplaar van Het belang van het irrelevante in huis – binnenkort beschikbaar in de webshop! Als je nu nog een abonnement neemt, dan krijg je het nieuwste nummer automatisch als eerste in je bus: https://www.klugerhans.org/bestel/

    Sanne Aletta van Otten, Marijn Pelkmans, Christiaan Ronda en Anne Broeksma.
    (Foto Anne door Fjodor Buis.)
  • Moya De Feyter leest voor uit ‘Massastrandingen’

    Moya De Feyter leest voor uit ‘Massastrandingen’

    Foto: Jeyda Yagiz

    Voor Athenaeum Boekhandel heeft Moya De Feyter voorgelezen uit haar nieuwe werk ‘Massastrandingen‘. Het prozagedicht is “een poging om op de kieren te dansen, tussen afgrond en verwachting, tussen mens en zeezoogdier.” Het caleidoscopisch project reflecteert over milieuproblematiek, de mens en het leven onder de zeespiegel.

    De voordracht is nu ook op Roergebied te beluisteren!

    Moya De Feyter (1993) schrijft poëzie, proza en theaterteksten en heeft daarvoor verschillende prijzen gewonnen. Haar teksten werden al in Deus Ex Machina, Op Ruwe Planken en bij ons, Kluger Hans, gepubliceerd. In 2018 verscheen haar debuut bij Uitgeverij Vrijdag ‘Tot iemand eindelijk’. ‘Massastrandingen’ verscheen een jaar later, in 2019.

  • ‘Varkens zweten niet I – II en III’ – Hans Depelchin

    ‘Varkens zweten niet I – II en III’ – Hans Depelchin

    © Pablo Cepeda

    I

    de Chinese toeristen hebben Spaans geleerd
    ze volgen de opgestoken paraplu als een middelvinger
    tenslotte is de torenspits minder indrukwekkend dan verwacht
    want ingepakt als een zelfbouwpakket waarvan het resultaat door de stelling schemert
    glorierijk was het verleden, vandaag een reliek van hoe ze toen dachten
    dat het nu zou moeten

    de vrouwen tekenen hun wenkbrauwen bij als zwarte spitsbogen boven hun ogen
    in voortdurende minachting verblijven ze
    om te voorkomen dat iemand op hun frons komt liggen
    iets doet ontspannen of ontlast
    ze willen niet de indruk wekken van traankanalen

    de Nederlanders praten hard om te compenseren wat er niet te vertellen valt
    en de kinderen niezen onbeschroomd als ze langslopen
    en de broekjes van tieners zijn te kort
    ze zoeken openlijk naar wat hen later vreselijk overschat zal lijken
    in het gestel brult oorverdovend de mastodont van binnenkort
    of walst de ranke demoiselle

    mijn lief is nieuw hier

    ze zegt dat niezen een orgasme is in het klein
    en dit terras bij zevenendertig graden
    haar aan haar geboortestreek in Frankrijk doet denken

    alleen zijn de mensen stiller hier, hebben ze meer te overpeinzen
    of cijferen ze zichzelf weg ten voordele van de geschiedenis
    die hangt om ons heen als een boerka van glasramen

    ze hurkt en zoekt de gepaste iso-waarden op haar analoge camera
    voor een kiekje dat ze mogelijk achteraf zal bekijken, misschien inkaderen
    ophangen is overdreven, waar wij samen gaan wonen moet er plaats zijn

    voor een nest waar een omheining op stroom rond staat
    met een voltage waar zelfs een paard van tegen de vlakte plooit


    II

    tussen de kathedraal en de huizen is een net gespannen  
    een enorme hangmat die brokstukken opvangt
    daar verzamelen zich overbodigheden van allerlei slag:

    geraniums, met potgrond en al uit ramen gekieperd,
    liggen over het raster verspreid als een ontploft lijf
    af en toe vallen er hompen aarde door de mazen
    op de passanten
    die vrezen dat met deze hitte de regen zelf tot gruis verdroogt

    de buren in de deuropening staren de bezoekers weg
    voor ze ostentatief voor hun drempel vegen
    de zorgen stapelen zich op als toeristen – vuiligheid
    in het licht van de midzomer is iedereen nochtans mooi
    het geeft pas problemen als alles te veel schakeert

    belangrijk duidelijk leesbaar te zijn

    al een geluk van de soldaten op straat en dat blauw
    is welkom als een nieuw soort hemel

    de erkers voor de ramen beletten het interieur te zwellen
    en naar buiten te barsten, hier heeft men dubbel glas
    scherven zijn er al genoeg, en grootvaders, en kleinzoons, en dochters en moeders
    delen dezelfde neuzen: we beroeren als een wateroppervlak
    het scherm van telefoons, elke rimpeling genereert betekenis, niet nadenken
    nooit willen doen alsof je meer kent dan alles wat bestaat

    – bijvoorbeeld: ‘Er worden hele levens in kledingcontainers gedumpt. Meer nog: de ophaaldienst trof er op een blauwe maandag zelfs een levend hangbuikvarken aan. Het scheelde niet veel of het beest werd naar Afrika verscheept om daar als bonten accessoire om de nek te worden geslagen, knorrend nog en zwaarder dan de equatoriale zon.’ Zo formuleerde een vrijwilliger tamelijk onethisch op het journaal –

    alles fietst gezapig voorbij
    met de uren trekt men harder aan de rem
    en rond de middag staat alles stil om te smelten
    dan valt er ’s nachts weer wat te drinken
    vloeibaar geworden ijsjes
    spoelen de voegen tussen de kasseien schoon
    en we likken

    men hoort het geslurp al dagen op voorhand
    het is te warm om te vrijen
    maar niet om het ons in te beelden


    III

    er woedt een oorlog van idiomen
    en ooit zullen oorsprong, afgeleide en nieuwkomer zich scharen rond hetzelfde bord
    de maaltijd heeft de textuur van samengeperste darmen
    en de energetische kracht van een volgroeid stel hersenen

    weet jij hoe je een bloemkool met worst klaarmaakt
    volgens de Vlaamse norm

    als we in nieuwsfeiten zouden praten, zegt mijn lief:

    de Russen schenden luchtruimen, rijke voetballers betalen zwijggeld
    autisten helpen de politie op de dienst gevonden voorwerpen
    niet verloren: waar het ordehandhaving aangaat, ben je nooit iets kwijt

    in dat geval hadden we gesprekken die ‘de wereld in zich opzuigen’
    en dansten we niet als bange kinderen de hinkstapsprong
    om de plassen heen

    op welk punt van het spreken begin je ook te denken in een vreemde taal
    ik wil iets slims opmerken over taalbouwsels, die hutjes in het bos gemaakt van takken
    maar zij spreekt in het Frans en ik moet voor het eerst weer luisteren

    ze zegt: het heeft geen zin om na je middagdutje verfrissing te zoeken in de sacristie
    terwijl de stad buiten in een woestijn verandert
    ze bedoelt natuurlijk woestenij en een halfuurtje slapen is gerechtvaardigd
    als je tegen de dertig aanloopt als tegen een schuifraam
    waarvan je dacht dat het openstond

    de sacristie is trouwens een bar geworden
    en in tegenstelling tot de gangbare opvattingen over lichaamstemperatuur
    gaan warme dranken je niet verkoelen

    mijn opa is overleden aan hydrocutie, zeg ik

    als we de kathedraal binnenlopen is het niet de luchtvochtigheid die ons de adem beneemt
    ze fluistert in mijn oor dat ze een kind van mij zal hebben
    ik weet niet of ik vereerd ben
    of verantwoording zoek


    Hans Depelchin (°Oostende, 1991) is schrijver en performer. Hij behaalde een master vergelijkende moderne letterkunde en studeerde in 2019 af aan de opleiding woordkunst van het Antwerpse conservatorium. Hans stond in de finale van Naft voor Woord 2017, won Babylons Interuniversitaire Literaire Prijs 2018 (proza) en publiceerde kortverhalen en poëzie in TiradeExtaze, Kluger Hans, Deus Ex Machina, DW B en Het Liegend Konijn. Daarnaast geeft hij les aan de SAMWD Zottegem en de Academie Borgerhout. Zijn debuut verschijnt in oktober 2020 bij Uitgeverij De Geus

    De gedichten die je net las kwamen tot stand tijdens de hittegolf van vorige zomer. Toen konden we ook niet bewegen. Elke overeenkomst met de huidige klimatologische en relationele omstandigheden berust op louter toeval.

  • ‘Het echte België’, ‘Vreemde god’ en ‘Noor’ – Mattijs Deraedt

    ‘Het echte België’, ‘Vreemde god’ en ‘Noor’ – Mattijs Deraedt

    Foto: Olaf Verhaeghe

    Het echte België

    Ik word wakker in het echte België:
    één groot kustgebied,
    waar de lucht altijd staalblauw is
    en de huizen herenhuizen zijn.

    In mijn blitse wagen vlieg ik
    over lege straten en alles
    is zo stil, zo stil en wit.

    Hier spuit de overheid geen tranen
    op de bomen, hier pompt ze
    geen rook in de wolken.

    Nee, dit is het echte België.

    Ik kom aan bij een paviljoen,
    mijn familie wacht op me aan lange tafels.
    We eten sla uit metalen kommen,
    drinken witte wijn en lachen.

    Na de maaltijd ga ik liggen in mijn duifwit bed
    en bid ik dat het een droom was.


    Vreemde god

    Ik ben een ijsvogel 
    met een mist in borst. 

    Te midden van de fitnesszaal
    sla ik mijn vleugels open en dicht
    terwijl aan de andere kant 
    van de wereld een tsunami ontstaat. 

    Ik kan de uren van de spieren lezen, 
    maar ik ben niet de prins die je moet 
    behoeden voor je lichaam. 

    De stad ligt in haar open aders
    en ik woon in haar gevangen lucht. 

    Ik was een vreemde god, die toekeek
    hoe het buurmeisje wormen in tweeën sneed
    en achterliet in de zomerzon. 

    Nu spoel ik aan op het strand, 
    mijn baleinen glimmend van de olie.  

    Hoe dood moet je zijn voor ze je
    terug het water induwen? 


    Noor

    De Noor en ik zijn ziek, dat is zeker. 

    Hij heeft blauwe aders die zo breed zijn als fjorden
    en ik loop tegen mensen aan om te voelen dat ik er nog ben. 

    De Noor zegt dat ik zijn tranen moet drinken, 
    ze zullen me sterk maken. 

    Onder zijn lip propt hij een plukje pruimtabak 
    en hij zuigt en zuigt tot er een witte gloed 
    naar zijn brein stijgt. 

    Zijn verleden is een stapel brandhout,
    zijn handen zitten vol splinters. 

    We kijken elkaar in de ogen en klinken 
    Daiquiri tegen Margarita. 


    Mattijs Deraedt (1993, Kortrijk) is dichter en poëzieredacteur bij Kluger Hans. In 2020 bracht hij zijn debuutbundel De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan uit bij Poëziecentrum. Hij studeerde Schrijven aan het RITCS en publiceerde onder meer in Het Liegend Konijn, De Revisor, Deus Ex Machina, Poëziekrant en Tirade. Naast zijn literaire activiteiten is Mattijs zanger en tekstschrijver bij WLAZLO.

    Het echte België, Vreemde god en Noor komen uit Mattijs’ debuut, De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan dat op 24 april verschijnt. Je kan de bundel bestellen bij het Poëziecentrum of via Standaard Boekhandel. Of bij je favoriete boekhandel, natuurlijk!

  • ‘Vilvoorde’, ‘Tanken’ en ‘Dispatch’ – Tijl Nuyts

    ‘Vilvoorde’, ‘Tanken’ en ‘Dispatch’ – Tijl Nuyts

    Vilvoorde

    Aan het begin van de twintigste eeuw
    veroorzaken paarden zoveel vervuiling met hun uitwerpselen
    dat auto’s als groen alternatief worden beschouwd.

    Op zondag 6 september 1536 wordt William Tyndale
    op beschuldiging van ketterij terechtgesteld in Vilvoorde.

    Eerst wordt hij gewurgd, daarna verbrand.

    Onder een knipperend peertje in een lege veranda
    met zicht op viaduct en autoassemblagefabriek
    nuttigt William Tyndale zijn galgenmaal: een opwarmkip
    uit een supermarkt met democratische prijzen.
    William Tyndale voelt zich helder, high bijna,
    denkt niet aan vertaalde Bijbelverzen maar surft
    naar een website met opzienbarende weetjes
    over auto’s die je nog niet (allemaal) kende. 

    Wanneer William Tyndale langs de schreeuwers
    naar het pleintje wordt begeleid, de lange weg
    naar de galg met opgeheven hoofd aflegt,
    de harige strop zijn hals streelt, de grond weg-
    valt en hij omhoog kijkt naar een eenzame valk
    aan de hemel, naar het viaduct, de vrachtwagens, Engeland,
    denkt hij maar aan één ding:

    bij een snelheid van 95 kilometer per uur
    duurt het minder dan zes maanden
    om met een auto de maan te bereiken


    Tanken

    Niets is saai als je er lang genoeg naar kijkt.
    Ook een tankstation langs de Brusselse ring niet.

    We bidden tot God om een parkeerplaats.
    Als Hij ons gebed niet verhoort, mogen wij dubbel parkeren;
    zo staat het te boek.

    Mijn reisgenoten passen op de deelauto,
    ik schuif aan in de lange rij naar de kassa.
    Voor me staan Michaël, Gabriël, Uriël, Raphaël, Metatron, Sandalfon
    en andere politieke pyromanen. Ze kopen elk een tros
    bloedbananen en vragen een BTW-bonnetje.

    Een trucker zegt: ‘Wat mij betreft is mijn koers existentieel.’
    Een buschauffeur zegt: ‘Heilig is het nieuwe hip.’
    Een Formule 1-piloot vraagt: ‘Hoe vaak kan je een triceratops melken?’
    Ondertussen tuur ik naar m’n telefoon als naar een kijkdoos
    waarin blauwe oorlogsduiven oplichten.

    Ik tweet, hoop op een retweet
    maar krijg er geen. Als troost koop ik een meteoriet
    die mijn reisgenoten op de parking openhakken
    (hun vleugels zijn scherp als vlindermessen).
    Samen slurpen we ruimtesuiker uit de heilige steen.

    Daarna gaan we tanken.
    Urenlang hangt onze auto aan de subsidieslurf.
    Wij lachen ondertussen met de boze gezichten
    die bepaalde bumpers nu eenmaal hebben.

    Terwijl onze auto drinkt en drinkt
    slaan we een kaart open op de motorkap
    en dromen van een eindbestemming.

    Met mijn voeten ben ik er ooit geweest
    maar of ik er ook met mijn ziel
    ben geweest, weet ik niet.  


    Dispatch

    Spreek me nooit nie tegen
    of ik plooi u ‘lijk een Brompton
    Zwangere Guy

                                                                                                                                
    Vandaag de dag verhandelen profeten
    geen verdovende middelen meer.

    Ze komen je in je oor zeggen waar het op staat.

    Profeten verplaatsen zich veelal op zoemende wielen.
    Hun adem is jachtig als die van jonge hemellichamen.
    Ze dragen slobberjassen en een koelbox
    vol voorverpakte vormen op hun rug. Elke maand
    worden duizend nieuwe profeten geboren.

    Profeten zijn schijnzelfstandigen. 
    Ze opereren zowel in het zachte avondlicht als in het zwart
    van nachtlandschappen. In de schemerzone
    steken ze lantaarns aan, krommen
    hun rug, raken de trappers kwijt  
    en roepen in de wind.

    Profeten brengen je waar je nood aan hebt.
    Vraag en aanbod. Voor hen ontsluit je de voordeur
    met een open glimlach. Dertig seconden lang
    kijk je hen in de hoopvolle ogen. Je ontvangt het pakket.
    Dan stuur je hen terug de nacht in.

    Wanneer de profeet in kwestie
    drie woonblokken van je is verwijderd
    en de levering zinderend op de keukentafel rust,
    staat alles in een ander licht.  

    Naast (eind)redacteur poëzie van Kluger Hans, is Tijl ook dichter en essayist. Zijn debuutbundel ‘Anagrammen van een blote keizer‘ verscheen bij Polis en werd in 2017 genomineerd voor de C. Buddingh’-Prijs. Hij werkt momenteel aan een tweede bundel, die dit najaar zal verschijnen. We zijn alvast benieuwd.

  • ‘Une balade de malade’ van Jana Arns

    ‘Une balade de malade’ van Jana Arns

    https://vimeo.com/343421763

    Het gedicht ‘Une balade de malade’ van Jana Arns werd in samenwerking met Marc Neys, Joris Vanvinckenroye en Jan Eerala omgezet in een videopoem. Het gedicht heeft een trage beklijvende sfeer die door de beelden en de trage contrabas worden versterkt. Haar stem verwoordt het breekbare en de verstilling van een burn-out, een actueel probleem. Tijd lijkt even tot stand te komen.

    Jana Arns is dichter en muzikant en, zoals ze het zelf omschrijft, ‘een klein beetje fotograaf’. Voor zowel haar poëzie als haar muziek heeft ze al meerdere prijzen gewonnen, waaronder verschillende stadsprijzen voor poëzie en de prijs Letterkunde Oost-Vlaanderen 2017. Voor haar muziek won ze onder andere de ‘Klara Tandem Trofee voor het meest beklijvende concert’ met het ensemble Aranis.

    ‘Une balade de malade’ komt uit haar nieuwste bundel ‘Het is het huis dat niet goed alleen kan zijn‘ en verscheen bij Uitgeverij P.

  • Dean Bowen leest ‘mi skin’

    In Dean Bowens voordracht van ‘mi skin’ voor de poëziepodcast van Athenaeum Boekhandel wordt een gelaagde, meervoudige identiteit voorgesteld. Een identiteit die wordt bevraagd in verhouding tot de maatschappij, het ik en de ander.

    Dean Bowen (1984) is dichter, voordrachtskunstenaar en psychonaut. Zijn debuut Bokman (2018) leverde hem een nominatie op voor de C. Buddinghprijs in de categorie voor het beste debuut. In 2015 won hij ook de Van Dale spoken word award. Verder werd hij verkozen tot stadsdichter van Rotterdam voor de periode 2019-2020. Ook deed hij mee aan het eerste Literair Reservaat van Kluger Hans. Zijn werk vloeit voort uit spoken word en behandelt urgente thema’s zoals identiteit in een steeds ingewikkeldere maatschappij.

  • Emma van Hooff leest ‘Ieder huis heeft zo’n beest’

    © Vera Cornel

    Voor het gedicht ‘ieder huis heeft zo’n beest’ dat Emma van Hooff ter gelegenheid van de poëzieweek in de poëziepodcast van Athenaeum Boekhandel heeft voorgedragen, heeft ze de Budding(h’) Poetsprijs ontvangen. In haar poëzie is een zeer intieme stem te horen, die getuigt van een verdriet en een verlangen opnieuw kind te zijn.

    Deze opname is nu ook hier op Roergebied te beluisteren.

    Emma van Hooff (1997) is dichter en performer en schrijft daarnaast toneel. Emma heeft deelgenomen aan verschillende wedstrijden zoals Write Now!, de Turing Gedichtwedstrijd en de Budding(h’) Poets Dichtwedstrijd. In 2018 was ze de trotse winnaar van Write Now!

  • Bernke Klein Zandvoort leest ‘Walla Walla’

    Bernke Klein Zandvoort leest ‘Walla Walla’

    © Bianca Sistermans


    In ‘Walla Walla’, het gedicht dat Bernke Klein Zandvoort voordroeg in de poëziepodcast van Athenaeum Boekhandel naar aanleiding van de poëzieweek 2019, worden observaties toegespitst op het gehoor. Bernkes poëzie vertaalt haar ervaring van het leven als een stroom van geluiden en taal.

    Nu is de opname ook te horen hier op Roergebied!

    Bernke Klein Zandvoort (1987) is beeldend kunstenaar, essayist en dichter. Daarnaast is ze werkzaam bij de Revisor. Voor haar debuut Uitzicht is een afstand die zich omkeert heeft zij de debuutprijs van Het Liegend Konijn gewonnen en werd ze genomineerd voor de C. Buddinghprijs. Haar literatuur wordt gekenmerkt door scherpe observaties van een wereld in wording, observaties van details die uit hun context worden gehaald.

  • SPOOKJES (deel III) – Bardthesque

    SPOOKJES (deel III) – Bardthesque

    Het derde en laatste deel SPOOKJES die op Roergebied gepubliceerd zullen worden is er! Vergeet niet dat dit een greep is uit een veel grotere poel SPOOKJES. Er zijn er dus nog meer. Hou Bart Jaques aka Bardthesque zeker in de gaten. Hij is de bezieler van deze voortschrijdende reeks op zichzelf staande fragmenten, bestaande uit tekst, audio en video.

    De vorige afleveringen gemist? Hier vind je Deel I en Deel II.

    Allround woordkunstenaar Bart Jaques (1982) studeerde beeldhouwkunst in Gent. Sinds 2006 performt hij als soloartiest Bardthesque en als frontman van ten adem in binnen- en buitenland. Van 2015 tot 2017 was hij de eerste Letterzetter (stadsdichter) van Kortrijk. Ook was hij gedurende vier jaar (van 2014 tot 2018) redactielid van Kluger Hans.

  • EINDEJAARSACTIE!!

    EINDEJAARSACTIE!!

    Word nog vòòr 31 december abonnee van Kluger Hans en ontvang gratis een nummer dat je nog niet hebt. Vermeld onder ‘Bestelnotities’ de code EINDEJAAR2019 + de titel van de extra editie die je wenst te ontvangen.

    WORD
    ABON
    NEE
    JAWEL
    TOCH?

    Wist je dat je abonneren op Kluger Hans de beste manier is om onze werking te steunen? En dat je als abonnee bijgevolg veel betekent voor de beginnende auteurs (en kunstenaars) die we publiceren?

    Een overzicht van al onze mooie edities vind je hier.

    Abonnee worden kan hier.

    Merci!

  • Nacht van de willekeur

    Nacht van de willekeur

    ???? ???????, ???? ??????? ??? ??? ??? ???, ?́?́? ???: ?????? ?? ?????. ??????? ?? ????? ??? ?? ????????? ????? ??? ??????? ??????? ???? ??? ??????.

    Op De Nacht van de Willekeur bestormen 3 jonge makers het podium en brengen zij, gedreven door uitdagingen, hun teksten voor een publiek. Welke uitdagingen dat zijn wordt aan het toeval overgelaten. En ook het publiek deelt in de willekeur op deze onvoorspelbare avond. Verwacht experiment, humor en wellicht een beetje verwarring.

    De auteurs krijgen begeleiding van een coach met podiumervaring, die hen ter voorbereiding een workshop performance geeft en ’s avonds het lot in goede banen leidt.

    Deze bandeloze avond wordt georganiseerd door kunstenplatform Zebrastraat, Vlaams-Nederlands Huis deBuren, literair tijdschrift Kluger Hans en studentenvereniging voor poëzie en gesproken woord Auw La.

    ???????? €3 (kan ingeruild worden voor een drankbonnetje)
    Via: https://apps.ticketmatic.com/widgets/deburen/addtickets?event=397061109222&_ga=2.253925256.1233981035.1570434398-264285987.1560170320#!/addtickets#%2Faddtickets

    ?????
    Zaal Nick Ervinck – Zebrastraat 32/001 9000 Gent
    http://www.zebrastraat.be/item.php?id=92335

  • SPOOKJES (deel II) – Bardthesque

    SPOOKJES (deel II) – Bardthesque


    SPOOKJES is een voortschrijdende reeks op zichzelf staande fragmenten, bestaande uit tekst, audio en video van woordkunstenaar Bart Jaques aka Bardthesque.

    Deel II hier op Roergebied omvat elf SPOOKJES van de verzameling. Deel I kan je hier nog beluisteren. Goed nieuws: er staat je ook nog een Deel III te wachten!

    Allround woordkunstenaar Bart Jaques (1982) studeerde beeldhouwkunst in Gent. Sinds 2006 performt hij als soloartiest Bardthesque en als frontman van ten adem in binnen- en buitenland. Van 2015 tot 2017 was hij de eerste Letterzetter (stadsdichter) van Kortrijk. Ook was hij gedurende vier jaar (van 2014 tot 2018) redactielid van Kluger Hans.

  • #37 Labyrint: ‘Kaputnik’ – Geert Simonis

    #37 Labyrint: ‘Kaputnik’ – Geert Simonis

    Het zevenendertigste nummer van Kluger Hans, Labyrint, werd digitaal gelanceerd. Met Kaputnik van Geert Simonis zetten we deze digitale viering verder. Oplettende ogen herkennen misschien het groene labyrint waarin Labyrint werd voorgesteld.

    We komen uit de nacht en in het groen. Soms bouwen we onze eigen labyrinten. Soms blazen we iets op. We maken het gezellig. Zelfs in een bushalte. Of een groen labyrint.

    ‘Kaputnik’ van Geert Simonis

    Geert Simonis (Neerpelt, 1984) is de favoriete dichter van uw moeder. Hij bewerkt zijn woorden graag met lijm, schaar en alcoholstift. Misschien komt de #geertsimonishuiskamertour ook bij u over de vloer.

    Haal hier Labyrint.

    Kaputnik van Geert Simonis vind je op pagina 27.

  • #37 Labyrint: ‘Nachtelijke afdaling’ – Leen Verheyen

    #37 Labyrint: ‘Nachtelijke afdaling’ – Leen Verheyen

    Naar aanleiding van de lancering van #37 Labyrint brengen we je twee voordrachten online. Locatie? Je eigen zetel of bureau. Datum en uur? Wanneer je maar wilt.

    Leen Verheyen bijt met Nachtelijke afdaling de spits af van de digitale voorstelling van Labyrint. Geraak verloren in de duisternis van een huis waar je je niet thuis voelt. Blijf waken tot de ochtend.

    Leen Verheyen – Nachtelijke afdaling
    Kluger Hans #37 Labyrint

    Leen Verheyen (1984) is een Belgi­sche filosofe en schrijfster. Ze schreef theaterteksten in opdracht van thea­tergezelschappen als HetPaleis en Vil­lanella en publiceerde daarnaast ook poëzie en kort proza. Momenteel is ze als aspirant van het FWO verbonden aan het Centrum voor Europese Filo­sofie van de Universiteit Antwerpen, waar ze werkt aan een doctoraatson­derzoek over de cognitieve waarde van literaire fictie. In het najaar van 2019 verschijnt haar eerste filosofische boek, Wat de lezer leert: filosofen over het nut van literatuur, bij Letterwerk.

    Haal Labyrint hier.

    Nachtelijke afdaling van Leen Verheyen vangt aan op pagina 23.

  • #37 Labyrint

    #37 Labyrint

    Het labyrint. Het kan een plaats van dood en verderf zijn, denk maar aan de mythe van de Minotaurus, de cultroman House of Leaves of films zoals The Maze Runner. Kunnen we wel ontsnappen? Maar evengoed is het labyrint een plek vol kansen, waar achter elke hoek een schat verborgen ligt. Je moet wel je weg weten te vinden in het kluwen van mogelijkheden. Het spanningsveld tussen dreiging en nieuwsgierigheid is misschien wel waarom het labyrint blijft fascineren.

    Wie een doolhof trotseert moet bereid zijn om te verdwalen, om te mislukken en om verder te gaan. Maar ook om af en toe stil te staan en rond te kijken. Paul Rodenko schoof in 1956 het labyrint naar voor als symbool voor de experimentele literatuur: het ‘proberen’ van alle gangen tegelijk, zonder een vooraf bepaalde ‘methode’. Het is diezelfde nieuwsgierige attitude die je terugziet in de teksten in dit nummer. Want het labyrint verbergt iets, zoveel is zeker.

    Dit labyrintnummer wordt begeleid door een rode draad van Ariadne. Het touw kronkelt over de bladzijden, nu eens als illustratie bij de tekst, dan weer als wegwijzer. Het is aan jou om te beslissen of je hem volgt.

    Kom binnen en verdwaal mee.

    Met tekst van Bas Tuurder, Merlijn Huntjens, Leen Verheyen, Geert Simonis, Jorik Amit Galama, Kaat Van Eijndhoven, Sarah van Vliet, Leen Pil, Robin Kramer, Steff Geelen, Luc de Rooy en Nicolas Voet.

    Kunst van Sybren Vanoverberghe en Lisette de Greeuw.

    BESTEL #37 Labyrint HIER

  • SPOOKJES (deel I) – Bardthesque

    SPOOKJES (deel I) – Bardthesque

    SPOOKJES is een voortschrijdende reeks op zichzelf staande fragmenten, bestaande uit tekst, audio en video van woordkunstenaar Bart Jaques aka Bardthesque.

    Deze SPOOKJES zijn de eerste tien van de verzameling, maar er volgen nog drie posts hier op Roergebied met de rest van de reeks. Nog even geduld dus voor je alle SPOOKJES kan verzamelen.

    Allround woordkunstenaar Bart Jaques (1982) studeerde beeldhouwkunst in Gent. Sinds 2006 performt hij als soloartiest Bardthesque en als frontman van ten adem in binnen- en buitenland. Van 2015 tot 2017 was hij de eerste Letterzetter (stadsdichter) van Kortrijk. Ook was hij gedurende vier jaar (van 2014 tot 2018) redactielid van Kluger Hans.

  • #36 Het fenikscomplex: ‘Gewauwel’ – Willemijn van den Geest

    #36 Het fenikscomplex: ‘Gewauwel’ – Willemijn van den Geest

    door Willemijn van den Geest.

    Ik heb het aan mijn benen
    dat het pijn doet dreunen over
    planken van een kast vol glas

    het is de wind
    dat ik nog loop

    Buiten zie je overeind gebleven 
    pelgrims wankelen op rails en
    ogen op af-
    brokkelende einders houden alsof
    dingen elkaar nog ergens brengen kunnen

    hun jas te krap de tongen 
    dubbel van verwarring en men houdt
    zeer dapper de bedoeling in de armen

    Er zijn momenten hele dagen soms
    dat ik binnen denk aan vleugels en de 
    dapperheid aan het vertrappen 
    van het glazen plan

    alleen als het windstil is huil ik 
    als de weg zich dan splijt en men 
    kiezen en bedenken moet en je weet

    het is maar groeipijn het geheel
    verklaarbaar samensmelten van de delen
    de waarheid zit in mijn glas wijn dat het
    niets is

    Kom dan wind met je zweepslag
    ik moet toch lopen van je?

    Ik heb het aan mijn benen dat 
    het pijn doet maar er zijn momenten dagen
    zelfs dat 

    nee. 
    Het is de dronken tong spuugt halve woorden
    uit in mijn verwarring het is niets

    Kom dan wind met je zweepslag
    kom dan wind
    kom met je zweepslag ik moet toch

    lopen



    Willemijn van den Geest (1988) studeerde Nederlandse taal en cultuur en Filosofie in Groningen en deed haar master Filosofie aan de UvA in Amsterdam, waar zij momenteel woont. Zij volgde een jaar een opleiding aan de schrijversvakschool in Amsterdam, maar is daar inmiddels mee gestopt. In het najaar van 2018 deed zij mee aan Vers van het Mes, georganiseerd door Perdu in samenwerking met DeBuren. Zij houdt van poëzie die het humoristische met het ernstige weet te combineren en is dol op woordgrappen en taalfouten.

    Deze tekst verscheen eerder in #36 Het fenikscomplex.