Auteur: administratie

  • Literair Reservaat op 14/12

    Literair Reservaat op 14/12


    Op 14 december lanceren we ons nieuw jaarlijks evenement: het Literair Reservaat. NEST, de open ontmoetingsruimte in de oude Gentse Stadsbibliotheek, wordt omgetoverd tot een prikkelend literair salon voor een avond van samenkomst en debat over de letteren in de Lage Landen. We richten de spotlights helemaal op de marges van het literair landschap, waarbij we opkomend en onbekend talent laten kennismaken met uitgevers, recensenten, lezers en liefhebbers. Kennismaking, uitwisseling en reflectie vormen de polen waarrond het Literair Reservaat opgebouwd wordt.

    Dat gebeurt niet volgens de klassieke recepten, maar op een aparte en eigenzinnige wijze. De grens tussen lezer en schrijver zal worden beslecht, waarbij de ene stem wijkt voor veelstemmigheid en waarbij het zwijgen van de toehoorder plaats maakt voor wederwoord en tegenspraak.

    Het Literair Reservaat, dat voor de eerste maal in 2017 plaatsvindt, wordt een jaarlijks terugkerend feest van het woord, een ‘anti-boekenbal’ dat vanuit de marge en de periferie een kritische en geëngageerde blik werpt op het reilen en zeilen van de Nederlandstalige literatuur. Tijdens dit literaire feest houdt de brede ‘Kluger Hans’-gemeenschap de stand van het literair landschap tegen het licht: samen met elkaar, tegen elkaar in, én met de nodige tegendraadsheid. Voor de editie van 2017 is het thema ‘De toekomst van het woord – het woord van de toekomst’.

    Meer Info hier!

  • Op weg naar de waarheid


    Het probleem is dat wij het idee van waarheid in domeinen gebruiken waar geen waarheid aan te pas komt. Je bent al geholpen als je ervan uitgaat dat de meeste dingen in jouw leven helemaal niet gaan over waarheid“. Aan het woord is Coen Simons in de mei-aflevering van het magazine Filosofie, een nummer met als thema Waarheid. Je kan er ook analyses lezen van het fenomeen Trump: is het een geroutineerde leugenaar, iemand die in zijn eigen waanwereld leeft of gewoon een vrolijke bullshitter?

    Een geschikte opwarmer dus voor het waarheidsnummer van Kluger Hans. Laat je inspireren: vertel, verdicht, verzin je waarheid en stuur ze deze zomer aan ons door!

  • Pallaksch en asemie: slot


    In een essay uit 1979 over Cy Twombly, de meester van de nonchalante krabbels, maakt Roland Barthes een vergelijking tussen asemische schriftuur en … broeken. Wat benadert de essentie van een broek het meest? Het beeld van keurige stapeltjes in een kledingwinkel? Of het beeld van een broek in een tienerkamer, een bol textiel, achteloos weggesmeten naast het bed? Wat veel schilderijen van Twombly laten zien is niet zozeer een schriftuur of een pseudo-schriftuur, maar wel het gebaar van het schrijven: action writing als specifieke vorm van action painting. Wat we zien is wegwerpschriftuur.

    Vijf jaar eerder had de Franse literatuurtheoreticus zich zelf ook al gewaagd aan enkele calligrafische experimenten, in zijn werk “Roland Barthes par Roland Barthes”. Met dit werk maakte de auteur onder meer duidelijk dat hij veel meer wilde zijn dat dan de linguist, literatuurtheoreticus en maatschappijkritische observator die hij tot dan toe is geweest. Roland Barthes presenteert zich in de eerste plaats als schrijver, voor wie de literatuur veel meer is dan een studieobject. Sterker nog, Barthes presenteert zich ook als kunstenaar, die onder meer aan de slag gaat met asemische schriftuur. Dit spoort natuurlijk helemaal met zijn fascinatie voor de autonomie van het teken, voor die momenten waarop de letters zich loszingen van de betekenis. Dat blijkt al uit de cover van het boek.

    Maar het wordt ook verdergezet in het boek zelf, jammer genoeg met wat duiding van de auteur zelf, die het uitleggen blijkbaar niet kan laten…

  • Pallaksch: the movie


    Samen met Sebastian Schulte zorgt Adina Balatova voor bewegend beeld op onze volgende Literaire Schurft. Over zichzelf zegt ze: “Geboren op 10 maart 1995 in Machatsjkala, hoofdstad van Dagestan wat dan weer een republiek is van Rusland. Het is een islamitisch gebied dat sterk ondertussen aan het radicaliseren is (daarom ook deels inspiratie voor het werk dat jullie te zien zullen krijgen). Opleiding is natuurlijk master film en hoh mijn bezigheden, proberen te ‘leven’ denk ik…

    Ander werk van Adina is te vinden op Vimeo:

    https://vimeo.com/93498475

  • Pallaksch on stage: Lies Gallez


    “Stiekem verdenk ik mezelf van onzichtbaarheid. Het is een gave om je afwezig te stellen in een drukke ruimte en toch nog te ademen. Het lijkt een beetje op doodgaan, maar dat is het natuurlijk niet.”

    Op 25 mei brengt Lies Gallez tijdens Literair Schurft #9 onder meer haar tekst ‘Hier wonen de mensen’, die ook te lezen zal zijn in de volgende Kluger Hans.

    Lies Gallez (Brugge, 1990) werkt momenteel als schrijfdocent bij Wisper en OKAN-leerkracht. Daarvoor was ze aan de slag als gamescenariste bij een uitgeverij.

    Ze houdt niet van massaconsumptie, autosnelwegen en onrechtvaardigheid. Schrijven doet ze nooit zonder thee, Chopin en ramen waardoor de ochtendzon naar binnenvalt. In 2014 behaalde ze haar master audiovisuele kunsten schrijven aan het Rits in Brussel. Ze gelooft onvoorwaardelijk in de drie grote L’s: de liefde, het leven en de letteren. Dagen vult ze het liefst met woorden bij elkaar sprokkelen op plekken waar bomen zijn. En wandelen: twee camino’s naar Santiogo de Compostela heeft ze er ondertussen op zitten.

  • Pallaksch en asemie: Sven Staelens


    Sven Staelens (Dendermonde, 1979) is (visueel) dichter en schrijver en publiceerde eerder in Kluger Hans. Zijn visueel werk werd opgenomen in verschillende internationale tijdschriften en was al te zien in groepstentoonstellingen in onder andere Mexico, Brazilië, de Verenigde Staten en in eigen land. Hij debuteerde als dichter in 2015 bij uitgeverij Stanza met [ samen apart [, een bundel met experimentele liefdespoëzie. Een jaar later verscheen de verzameling pwoermds minimaal bij uitgeverij crU.

    We laten hier drie ‘pwoermds’ zien uit de reeks ‘Vis’. Een pwoermd is een één-woord-gedicht (in dit geval neigend naar géén-woord-gedicht).

    Over het verband tussen onleesbare dokterskrabbels en asemische poëzie schrijft de auteur:

    “De apotheker zoekt meestal succesvol naar de betekenis achter de lettertekens op het geneesmiddelenvoorschrift. Maar wat als die er niet is? Enkel het beeld blijft dan nog over: een reeks tekens waarachter ons brein nog steeds die betekenis zal zoeken, maar in eerste instantie niet verder geraakt dan wat er staat. Wat volgt is het zoeken naar aanknopingspunten, gelijkenissen met het herkenbare, het aftasten van vormen. Er wordt een manier van lezen opgelegd die ver van de traditionele leeswijze verwijderd is.”

    “In mijn zoektocht naar de mogelijkheden van deze vorm van visuele poëzie tracht ik vooral de genregrenzen af te tasten. Zo bewerk ik bijvoorbeeld bestaande gedichten in getypte of handgeschreven vorm tot het resultaat alleen nog maar vaag aan een gedicht doet denken. Of ik vertrek vanuit bestaande alfabetten en maak daar abstracte stripverhalen mee. In het hier getoonde werk maak ik ook gebruik van bestaande letters en leestekens, maar ik tracht de compositie zodanig te manipuleren dat ze een onleesbaar en betekenisloos woord vormen en schrijf op die manier asemische eenwoordgedichten (asemic pwoermds).”

    “Door haar schijnbare eenvoud en hoog ‘dat kan een kind ook’ gehalte is de asemische poëzie zonder twijfel de boeiendste vertakking binnen de visuele poëzie.

  • Pallaksch on stage: ‘In uiterste staat’


    Pallaksch zoekt de grenzen van de betekenis op. En dus ook de extremen. Daarom maken we op 25 mei tijdens onze volgende Literaire Schurft ook plaats voor ‘In uiterste staat’.

    In uiterste staat is een dichtbundel. De vierde van Frederik Lucien De Laere (Brugge, 1971), bij uitgeverij Vrijdag. De auteur vertelde eerder hierover: In mijn boek ‘In uiterste staat’ schrijf ik over mensen in extreme situaties. Hier ben ik al een tijdje mee bezig. Ik verken het menselijke kunnen en wat de mens aankan. Ik denk aan mijn bundel De martelgang waarin ik schreef over heiligen en asceten. Ik voel een zeker affiniteit met asceten, kluizenaars, mensen die tot het uiterste gaan om een bepaalde bewustzijnstoestand te bereiken. Als dichter vind ik het boeiend om met dat gegeven aan de slag te gaan. Zelf ben ik bezeten van mijn eigen schrijverschap, mijn eigen dichten. Ik ga ook in uiterste staat als ik in mijn gedichten schrijf, dan kom ik ook in een soort trance. Ik beschouw het als een soort sjamanistische beleving. Het thema van de bundel sluit naadloos aan bij wie ik ben en naar waar ik op zoek ga in mijn poëzie. Gedichten over onder meer  sjamanisme, insomnia, stunts, passie, ziekte, oorlog, ontbering en slavernij komen aan bod, in een zowel historisch als actueel tijdskader.”

    In uiterste staat is ook een voorstelling. Samen met Louise Raes (dans) en Els De Keuckelier (regie) gaat de dichter met het poëtisch materiaal aan de slag.

    “Ik was op zoek naar een interessantere manier om een poëziebundel te presenteren en zo kwam ik bij performance, dans, theater terecht. Eind vorig jaar zag ik de voorstelling Mount Olympus en de performance bij het werk Angel of Death van Jan Fabre en werd hierdoor getriggerd. De gedichten uit mijn bundel wilde ik op een soortgelijke manier laten vertalen. Thomas Barbier van De Reyghere bracht me in contact met Louise en Els.”

    Zoals het hoort (of niet hoort) is deze voorstelling over extremen een heftige ervaring. Kom en onderga op 25 mei in De Ruimte (Fransevaart 28, 9000 Gent)!

  • Pallaksch en asemie: Yves de Block


    Yves de Block (Sint-Niklaas, 1951) woont en werkt in Rotterdam. Hij is er actief als beeldend kunstenaar en dichter. Het asemische werk dat we in dit bericht laten zien maakt deel uit van “Claustrophobia / No Way Home”. Deze reeks is verleden jaar tentoongesteld bij de Haagse Kunstkring, in het kader van het Project “Op Drift”.

    Over zijn interesse in asemie schrijft Yves de Block het volgende:
    “Asemische poezie is een vreemde bezigheid. Tekst die niet kan betekenen, die niet kan verwijzen, beeld met een informatietekort. Een flakkerend verschijnsel dat je probeert te dwingen om te lezen én je dat in dezelfde beweging onmogelijk maakt. Een verschijnsel dat je, zelfs voor de vaak redeloze poëzie, soms net te ver over de grens van het begrip poëzie heen lijkt te duwen. Maar toch. Misschien zit het asemische niet alleen over de grens van de poëzie heen maar ook in het hart ervan.  Poëzie heeft immers als structuur het tonen en simuleren. De structuur van het “zoals” en het “alsof”. En asemische poëzie heeft per uitstek de structuur van het alsof. Alsof het beeld is. Alsof het taal is. Alsof het een betekenisvolle uitingsvorm is, die, als je maar genoeg je best doet, wellicht toch tot betekenis zou kunnen voeren. Die toch een referent heeft. Toch een verborgen redelijkheid. Maar het is in wezen onoplosbaar, het is een verre verwant van de koan: wat is het geluid van één klappende hand?”

    “Een groot deel van de poëzie gaat structureel over mislukken, over falen. Over de melancholische schoonheid van het onvermogen. Dat is hier ook het geval. Maar dan niet in betekenisvolle verwijzingen naar aspecten van het individuele onvermogen, maar verankerd in haar verschijningsvorm zelf. Het gaat om een algemeen ervaren ontoereikendheid van taal en beeld. Het onvermogen van taal en beeld om zinvol te spreken over het onbestemde, dan wel dat onbestemde te tonen. Asemische poëzie wordt bedreven in het hart van taal en beeld én aan en over de grenzen ervan. In niemandsland, terra nullius. Ze lijkt een ongecultiveerde ruimte te willen suggereren waar aanspraak op gemaakt zou kunnen worden door taal- en beeldkolonisten. Maar het is in wezen een emotionele ruimte voor zwervers, zonderlingen en loslopenden. Mavericks. Ze weten verdomd goed dat Wittgenstein gelijk heeft, dat je moet zwijgen over dat waar je niet over kan spreken. Maar wat als je weigert je daar bij neer te leggen?”

    “Juist, voor sneeuwzwartje in niemandsland zijn er dan asemische gedichten. Zwerftaal.
    Een vorm van zoals en alsof, die, indien geslaagd, een volstrekt contradictoire handeling is. In één beweging suggereert hij betekenis én vernietigt hij de mogelijkheid daartoe. Zoals de zelfvernietigende machines van Jean Tinguely. Louter absurde gebeurtenis. Louter verwondering. De bevredigende ruimte van de open vraag blijft over. De ruimte van de zuivere weerklank. Toch nog een voet tussen de zich immer sluitende deur van het onbestemde.”

  • Pallaksch en asemie: Akim A.J. Willems

    Akim A.J. Willems is voor Kluger Hans lezers geen onbekende. Eerder leverde hij onder andere klankgedichten onder het pseudoniem Detlev S. Steiner, waarin een spel wordt gespeeld met het verschijnen/verdwijnen van betekenis. Net als bij asemische poëzie dus, maar dan op een ander niveau.

    Willems studeerde in 2016 af aan de Schrijversacademie van Creatief Schrijven met de bundel man van weinig woorden. Daarin staat ook volgend gedicht.

    een stem van naalden

    & spijkers door woorden

    van een lamentabel lied

    dat niemand zong

    & niemand hoorde

    dat jij

    dat was

    op een mat

    voor een deur

    van een huis

    waar onbestemd iets groters woont

    staat een aarzeling

    op de punt

    van haar tong

    vastgeroest

    de namen

    van vrouw & kind

    Willems kunstwerk koimaomai bouwt op dit gedicht verder en duwt het voorbij de grenzen van de betekenis. De vermelding “mixed media” is belangrijk: het gedicht wordt herschreven en herhaald tot in de onherkenbaarheid: in getypte tekst, geschreven tekst in drukletters, in asemische schriftuur en in beeldvorm.

    Voor KH #31 leverde de auteur wij waren geen jongens, een deel uit de cyclus verzen voor de jongen in het blauw. Ook deze verzen kennen een asemisch vervolg.

    Meer werk van Akim A.J. Willems, in woord, beeld en wat zich daartussen situeert vind je op zijn blog.

  • Pallaksch en asemie


    Is Pallaksch een woord? Is een woord een woord als het geen (vaste) betekenis heeft maar wel van alles oproept? Asemische poëzie zoekt de grenzen van taal, schriftuur en betekenis op en gaat op zoek naar het moment waarop tekens tekeningen lijken te worden. Asemische poëzie is een wereld vol ingebeelde alfabetten, krabbels die letters zouden kunnen zijn, pseudo-hiëroglyphen, experimentele calligraphie en patronen die terugkeren maar raadselachtig blijven. Asemische poëzie is niet nieuw maar kreeg in de twintigste eeuw al aandacht van de surrealisten (Henri Michaux, Max Ernst) en Cobra (Henri Dotremont).

    Henri Michaux
    Henri Dotremont

    Maar ook recent zijn velen met asemische poëzie bezig. Doordat asemische poëzie niet gebonden is aan bestaande talen en schrifturen, is het ook een discipline waarbij internationale uitwisseling makkelijker is dan bij andere literaire genres. Wie geïnteresseerd is in wat leeft en beweegt op het vlak van asemische poëzie, moet zeker eens kijken op The New Post-Literate: A Gallery of Asemic Writing, van spilfiguur Michael Jacobson.

    Maar ook dichter bij ons zijn heel wat mensen actief, bijvoorbeeld Dirk Vekemans. In volgende berichten brengen we ook nieuw asemisch werk uit Nederland en Vlaanderen.

  • Pallaksch: het rumoer en de stilte


    Nog tot eind mei loopt in het museum Dr. Guislain de tentoonstelling “Een andere wereld”, die laat zien hoe vanaf de negentiende eeuw, parallel met een groeiende wetenschappelijke belangstelling voor de werking van het de menselijke psyche, ook binnen de kunsten meer aandacht gaat naar de wonderlijke werking van onze fantasie. Zowel de verbeelding die nog min of meer binnen de lijntjes kleurt van wat maatschappelijk aanvaard wordt, als de waan die ontspoort en zich niets aantrekt van wat bestaat en/of toegelaten wordt. De tentoonstelling start met J.J. Grandville, wiens tekeningen de gekste metamorfoses en combinaties laten zien: insecten met paardenkoppen, mensmachines, peerviolen en selderfagotten… Interessant om zien is hoe de aanvankelijke maatschappijkritische inslag van Grandeville’s groteske tekeningen gaandeweg afvlakt en verwordt tot aanvaardbaar amusement en louter grappige karikaturen.
    Grandville wordt vaak beschouwd als een voorloper van de surrealisten, die de exploratie van de onbekende, onbewuste wegen en dwaalwegen van het menselijke brein tot hun hoofdthema maakten. Werkwijzen als Breton’s vrije associatie en Dali’s kritisch-paranoïde methode willen het artistieke potentieel van onbewuste regionen van onze geest aanboren, tot in de waanzin toe. De surrealisten waren dan ook de eersten die aandacht hadden voor de “art brut”, kunst van krankzinnigen. Vandaag wordt vaker de engelse term “outsider art” gebruikt, die wat breder is en ook slaat op kunstenaars die zich buiten het officiële circuit bevonden of bevinden. Een mooi voorbeeld van dergelijke outsider art is de zaal gewijd aan Gustav Mesmer (1903-1994), een gewezen monnik en psychiatrisch patient die met zijn tekeningen, geschriften, vliegfietsen en andere fantastische uitvindingen uitdrukking gaf aan zijn levenslang durend verlangen te kunnen vliegen.
    Het voorbeeld van Mesmer is een mooi voorbeeld van hoe een steeds verder woekerende obsessie kan zorgen voor een niet aflatende stroom van creativiteit. Een ander fenomeen, dat ook vaak een onderdeel is van de waanzin, is echter de verstomming, het vervallen in stilzwijgen, zoals we dat bij Hölderlin en Nietzche zien. Hier zorgt de waanzin niet voor een stroom van creatieve productiviteit en kunstwerken over deze of andere werelden, maar slorpt taal en wereld op als een zwart gat.
    Er is op de tentoonstelling één kunstwerk dat naar een dergelijk verdwijnen van alle betekenis verwijst. De Deense kunstenaar Joachim Koester maakte een documentaire over de mislukte expeditie van de Zweedse ontdekkingreiziger Salomon August Andrée in 1897. Andrée’s doel was de Noordpool over te steken in een heteluchtballon. Al snel na de start van de expeditie stortte de ballon neer, de driekoppige bemanning begon aan een tocht over het ijs, die geen van hen overleefde. Tweeëndertig jaar later werden de foto’s gevonden die één van hen, Nils Strindberg maakte. Een groot deel van deze foto’s laat niets anders zien dan “fotografische ruis”: krassen, vlekken, zwarte vlakken. Meestal wordt dit soort fotografisch afval door historici aan de kant geschoven omdat ze niets laten zien en dus niets te vertellen hebben over wat er “echt is gebeurd”. Wat Koester in zijn documentaire nu doet is het integraal opnemen van deze “mislukte” foto’s, waarmee hij laat zien dat wat “er echt is gebeurd” precies het verdwijnen van alle betekenis, alle zin is. De fotografische ruis neemt het over van de representatieve kracht van het medium en toont zo de ondergang van de expeditieleden.

  • De Onmogelijke Werkelijkheid // over niets wordt niet gesproken

    De Onmogelijke Werkelijkheid // over niets wordt niet gesproken


    Op donderdag 2 februari slaan Wuivend Riet en Kluger Hans de handen in elkaar voor “De Onmogelijke Werkelijkheid (over niets wordt niet gesproken)”, een literaire avond in NTGent die de utopie, en hoe het woord ze kan kneden, verkent. Met o.a. Régis Dragonetti, Astrid Haerens, Anton Steen, Coen van der Hilst en Vloedt.

    Met ‘Wuivend Riet’ brengt NTGent een nieuw en toegankelijk programma dat een jong publiek kennis laat maken met wat zich in de marges van de kunsten bevindt, maar dat ook opkomend artistiek talent een platform biedt.  Op donderdag 2 februari doet Wuivend Riet dat in samenwerking met Kluger Hans. De avond wordt een verkenning van het inherent menselijke verlangen naar een utopische ontsnapping en de wijze waarop het woord, in al zijn vormen, soelaas kan bieden in die queeste.

    Programma
    Régis Dragonetti | Microlezing
    Astrid Haerens | Poëzie
    Anton Steen + Egon De Mil | Poëzie
    Janis van Heesbeke | Visuele voordracht
    Guus Diepenmaat | Proza
    Coen Van der Hilst | Poëzie
    Vloedt | Muziek
  • 2017-2020: de volgende vier jaar


    Najaar 2016 diende de Kluger Hans redactie bij het Fonds voor de Letteren een subsidieaanvraag in voor de jaren 2017 tot 2020. We waren heel blij en trots toen we eind december een positief antwoord ontvingen. Dit wil zeggen dat we de komende jaren volop de kans krijgen om ons redactioneel beleid met de nieuwe accenten te verwezenlijken.

    Centraal staat de omslag van een tijdschrift met abonnees naar een literair platform voor actieve leden, lezende schrijvers en schrijvende lezers, fijnproevers van het nieuwe en onverwachte. Een spel met het woord – op papier, op het podium, online – is waar het bij Kluger Hans om gaat.

    Kluger Hans versterkt op die manier de komende jaren zijn unieke functie binnen de Nederlandse letteren als boorplatform voor nieuw talent. Maar Kluger Hans wil meer dan ontdekken, we leggen ook de nodige verbanden. Op papier, online en tijdens evenementen brengen we schrijvers in contact met lezers, beelden schurken tegen woorden aan, de bestaande literaire infrastructuur (van uitgeverij tot evenementenorganisator) wordt geconfronteerd met de nog onbekende marges van de literatuur.

    Word lid van het woord! Proef, tast, ruik in 2017 en ontdek wat de literatuur van de toekomst brengt.