13 december 2025
roergebied

Peetouder Thomas Heerma van Voss sloeg net als Annelies Verbeke vlijtig aan het lezen wanneer hij #49 Ornament in zijn brievenbus kreeg. Zijn eerste lievelingstekst is ‘De laatste wagon‘ van Koen Vandenborre. Lees hier wat hij ervan vond!

“Een verhaal dat me de eerste keer intrigeerde, en bij herlezing echt overtuigde. Heel effectief loodst Vandenborre zijn personages door een Europa dat in puin ligt: er rijden amper nog treinen, overal brokstukken en voortdurend sluimert er dreiging. Knap is dat de context amper wordt gegeven: wat er precies is gebeurd blijft in het midden, deze schrijver verliest zich nergens in nodeloze uitleg of historische duiding, en juist daardoor werkt de kalme toon van dit verhaal zo goed. Waar zijn we? Wat gebeurt er? Net als de personages moeten wij er grip op krijgen. Indringend, vervreemdend verhaal op een gehavend continent.”
Lees hier de eerste pagina van ‘De laatste wagon‘ van Koen Vandenborre:
Ze trokken door een verwoeste stad en troffen een uitgeteerde samenleving aan. Drie jonge kerels met een goedgevulde plunjezak over hun schouder, dat moest wel opvallen. En toch — de vrouwen, kinderen, invaliden en oude mannen die door de in puin gelegde straten scharrelden, op zoek naar iets waardevols of herkenbaars, keken amper op. Overal werden ze met dezelfde afwezige, lusteloze blikken geconfronteerd. Als er al een houten luik of deur aarzelend openging, was het om snel weer te sluiten. De meeste aandacht kregen ze van een stel straathonden die nerveus in hun buurt bleven draaien, in de hoop een kruimel te kunnen schooien.
‘Wat nu?’ vroeg Pieter. – Ze hielden halt voor een woongebouw waarvan de voorgevel grotendeels was ingestort.
‘De rivier volgen, lijkt me,’ antwoordde Max.
‘Of hier ergens overnachten,’ zei Julius. ‘Ik neem de kamer met bloemetjesbehang. Max, jij kan in die badkuip slapen, en Pieter, speelde jij geen piano?’ Hij wees naar een piano op de tweede verdieping die vleugellam was gemaakt door een stuk van het plafond en een kristallen kroonluchter.

Voor er iemand kon antwoorden, kwam vanuit de inkomhal van het pand een oudere dame op hen af. Ze maakte een verwarde indruk en stootte klanken uit die het midden hielden tussen zenuwachtig lachen en praten. Ze was opgekleed als voor een avondje theater. Op enkele passen afstand bleef ze staan en haalde ze een voorwerp van onder haar bontmantel vandaan. In haar handen hield ze een vierkant album met gouden belettering als een gewond vogeltje voor zich, en keek hen hoopvol aan.
‘Ik denk dat ze wil ruilen voor eten,’ zei Pieter.
‘Geef haar iets,’ zei Max, ‘dan kunnen we verder.’
‘Ik denk niet dat het haar daarom te doen is,’ zei Julius. Hij keek haar geruststellend aan en nam het album voorzichtig van haar over.
Julius klapte het boek open en bladerde er doorheen. De vrouw knikte voortdurend en wees naar foto’s van jonge, knappe kerels die met een brede glimlach in stoere uniformen poseerden.
‘Ik denk dat ze wil weten of we ze ergens gezien hebben,’ zei Julius.
‘Hoe kunnen wij nu weten—’
‘—Die Söhne?’ vroeg Julius.
Ze knikte met ogen vol hoop en tikte met haar magere vingers op de foto’s.
‘Het spijt ons,’ zei Max, en hij schudde zijn hoofd.
Lees je graag het vervolg van deze tekst? Koop dan snel #49 Ornament in onze webwinkel, waar je gratis onze speciale editie U bevindt zich hier bij krijgt. Of word abonnee, dan krijg je automatisch deze nummers toegestuurd als dubbel welkomstexemplaar!

Koen Vandenborre (1969) is begonnen als zoon, werd daarna zelf vader en man van […], is liefhebber van het absurde, belastingbetaler, Leuvenaar, en eigenaar van een tuin met een hangmat. Hij houdt een blog met schrijfsels bij en legt de laatste hand aan een roman die hij in het voorjaar van 2026 via de Schrijversacademie zal voorleggen aan enkele uitgeverijen.
DIT BERICHT DELEN





