Overdaad. Opsmuk. Glans zonder reden, vorm zonder functie. Het ornament verstoort het sobere, het strakke, het zogezegde zuivere. Het voegt iets toe dat niet nodig is – en stelt zo de vraag: wat hebben we eigenlijk nodig?
Er slaat een ornamentele slinger doorheen de canon. Sommige stromingen schrijven het ornament volledig weg: niet-functioneel, niet-essentieel, excessief. Of is de versiering de taal zelf? Een grammatica van gebaren, van overlevering, van identiteit. De letter ‘A’ is ook maar een koetje dat op z’n kop staat.
Het ornament verleidt. Het hypnotiseert. Het verbergt, maar het openbaart ook. Wat vertelt een krul in steen, een kanten rand, een vergulde zoom? Welke geheimen huizen in patronen, herhalingen, symmetrie?
Voor Kluger Hans #49 dagen we je uit om het ornament te gebruiken als vorm én onderwerp. Schuw wat blinkt, wat golft, wat fonkelt niet, maar wees ook niet bang om die vormen te bevragen. We zoeken verhalen die zich tooien in stilistische overdaad of net minimalistische sieraden zijn. Poëzie als mozaïek, essays als marmer. Denk in lagen. In lijstwerk. Maak het decor belangrijk. De rand het centrum. Want misschien is het ornament geen afleiding, maar een sleutel. Geen verfraaiing, maar verzet.
Een warme zomerdag, benen vol teken, rug rauw van het slapen op een luchtmatrasje in een tent. Je bent gelukkig. Een briesje briest je langs je oren en je hoort de bergen zingen, een wiegelied, een elegie.
Behalve … dat je nog nooit in de bergen geweest bent.
Hoe weet je zeker dat een herinnering van jou is? Op die vraag hebben we voorlopig nog geen antwoord. Wat we wel weten, is dat alle mensen confabuleren. De één al meer dan de ander. Onze hersenen eigenen zich herinneringen toe die niet van ons zijn, verdraaien een herinnering of verzinnen er iets bij dat we in een droom of op televisie hebben gezien.
Het woord ‘confabuleren’ komt van het Latijnse ‘com’ (samen) en ‘fabulari’ (spreken), wat dan weer van ‘fabula’ (verhaal) komt. Confabuleren is niet gelijk aan liegen, in tegendeel zelfs, iemand die confabuleert is er stellig van overtuigd dat wat die zich herinnert werkelijk is gebeurd. Confabulaties komen voort uit de vervorming van herinneringen. Onze hersenen kampen niet goed met leegtes in het geheugen, dus ze vullen deze op. Confabuleren komt vaker en heviger voor bij dementie, het syndroom van Korsakov, schizofrenie, trauma en andere neurocognitieve stoornissen.
Mensen die confabuleren geloven dus dat ze iets hebben meegemaakt dat feitelijk niet gebeurd is. Maar hoe belangrijk is het dat we ons dingen niet (helemaal) juist herinneren? Is de vermeende beleving van een herinnering realiteit genoeg? En nemen we confabulaties en waar ze vandaan komen wel serieus genoeg?
Herinneringen zijn een belangrijk aspect van ons mens-zijn, ons schrijven en onze geschiedenis. Want ook onze geschiedenis bestaat al dan niet onopzettelijk uit een heleboel on- of halve waarheden. Wanneer wordt het gevaarlijk als we ons dingen foutief herinneren? En, als je in je eigen geheugen graaft, hoe zeker ben je dan van je stuk?
En wij — als individu of als soort — zullen wij ‘juist’ herinnerd worden?
Stuur ons je beste verzinsels of eerlijkste waarheden in poëzie of prozavorm, mijmer over ons collectief geheugen in een essay of laat vermeende waarheid en herinnering in gesprek gaan in een theatertekst. Samen creëren we eindeloze interpretaties van Kluger Hans #47 Confabulatie in een onvergetelijk nummer.
Kluger Hans doet ook graag expliciet een oproep naar beginnende literaire vertalers. Wil je graag werk van een opkomende schrijver uit een ander taalgebied vertalen naar het Nederlands? Stuur dan zeker je vertalingen in, want we zetten met plezier vertaaltalenten en internationale schrijvers in de kijker. Voor meer info over de voorwaarden kijk je even op onze inzendpagina.
Bronnen: https://gezonderleven.com/wat-zijn-confabulaties-en-waarom-komen-ze-voor/ https://www.vocabulary.com/dictionary/confabulate#:~:text=If you suffer from memory,the psychiatric sense came later.
‘Wanneer de ogen van een dier een mens bezien, zijn ze aandachtig en op hun hoede. (…) De mens wordt zich van zichzelf bewust door de blik te beantwoorden.’ [1] Dat schreef John Berger in zijn essay ‘Waarom naar dieren kijken’. Maar dat mens en dier elkaar in de ogen kijken zorgt er nog niet voor dat ze elkaar ook begrijpen, vervolgt Berger. Nee, het gebrek aan een gemeenschappelijke taal slaat een kloof tussen hen in.
Is het daarom dat we het dier behandelen zoals we dat doen? Het domesticeren, uit zijn natuurlijke habitat verjagen, tentoonstellen in parken en op grote schaal kweken, slachten en opeten? Stel dat we met dieren konden spreken, hadden ze ondertussen dan wel grondrechten verworven? En zouden wij als mens ons dan meer bewust zijn van het feit dat we zelf nog steeds een diersoort zijn?
Hoe het ook zij, in ons denken en onze taal neemt het dier een belangrijke rol in. De Ilias, een van onze vroegste teksten, laat in zijn gebruik van metaforen zien hoe verbonden mens en dier zijn. [2] De metaforische leeuwen, paarden en hindes rennen, galopperen en dartelen doorheen het epos. Wie weet betrof de allereerste metafoor een dier.
Welke plaats neemt het dier in jouw taal en jouw teksten in? Ga je op zoek naar een ‘goddeloos mysticisme’ [3] door je aandacht naar buiten te richten en waarnemingen uit de natuur en dierenwereld binnen te laten? Of wil je onderzoeken wat er gebeurt als je het laagje menselijke beschaving weg krabt, wat er gebeurt als je diep in je eigen borst graaft, op zoek naar het dier in jezelf?
Stuur ons je hondsdolle verzen, je klapwiekende kortverhalen, je spinnende essays en balkende theaterteksten. Maak zo van Kluger Hans #46Het dier een beestachtig nummer.
Kluger Hans doet ook graag expliciet een oproep naar beginnende literaire vertalers. Wil je graag werk van een opkomende schrijver uit een ander taalgebied vertalen naar het Nederlands? Stuur dan zeker je vertalingen in, want we zetten met plezier vertaaltalenten en internationale schrijvers in de kijker. Voor meer info over de voorwaarden kijk je even op onze inzendpagina.
Alles wat leeft is vatbaar voor mutaties. Het gaat om veranderingen in het kernweefsel, om een dubbele helix van karakteristieken die zich in gewijzigde vorm voortzet of zelfs doorbroken wordt. Mutaties vertellen ons iets over de onmogelijkheid om patronen tot in het oneindige foutloos te herhalen en toch zijn ze onderdeel van een voortplantingsmechanisme.
In diagnoses en nieuwsberichten ligt de nadruk op de afwijking, de error en de horror van radicaal veranderd leven. De monsterlijke mutaties zijn het meest gevreesd en tegelijkertijd het meest familiair. Maar wat als je de gezwellen achterwege laat en getijden in de formule brengt? Alle organismes bestaan in de tijd, alleen de mens doet aan uitgekiend generatiedenken. Muteert de zogenaamde tijdsgeest van iedere generatie of creëren we kunstmatige clusters om het hoofd te bieden aan een samenleving die steeds op drift is?
Paul Rodenko herkent in de vernieuwingsgolf van de experimentelen een mutatieproces: “Ook in de poëzie zou men dus kunnen aannemen dat de plotselinge ‘klimaats’-verschuivingen niet ‘zomaar’ plaatsvinden, maar correleren met zeer bepaalde externe factoren.”[1] In hoeverre dragen de hedendaagse literaire teksten genen van literaire voorgangers? Of worden die invloeden overstemd door een hang naar ontwrichting?
De kern vervormen hoeft niet per se uit te gaan van afbraak, het kan ook streven zijn naar een nieuwe, unieke schoonheid. In drag verdwijnt Johannes J. Jaruraak en verschijnt Hungry*. Haar gezichtsstructuur vertoont nog menselijke trekken, maar is op zo een magistrale wijze vertekend dat ze haar eigen soort levend wezen lijkt te zijn. Schuilt er in ieder organisme een mutant die hun natuur wil herdefiniëren?
Stuur ons je DNA – in woorden. Vervorm, verniel of verrijk de essentie in jouw persoonlijke schrijven en maak van Kluger Hans #45Mutaties het excentriekste nummer.
[1] Paul Rodenko, ‘Een mutatietheorie van de literatuur geschiedenis [sic]’ in: Wandelen en spoorzoeken in de moderne poëzie. (Bert Bakker/Daamen, Den Haag, 1956), pp. 64-70. Geraadpleegd via DBNL (KB, nationale bibliotheek).
Kluger Hans doet ook graag expliciet een oproep naar beginnende literaire vertalers. Wil je graag werk van een opkomende schrijver uit een ander taalgebied vertalen naar het Nederlands? Stuur dan zeker je vertalingen in, want we zetten met plezier vertaaltalenten en internationale schrijvers in de kijker. Voor meer info over de voorwaarden kijk je even op onze inzendpagina.
Echte literatuur kan alleen daar ontstaan waar zij geschapen wordt door dwazen, kluizenaars, ketters, rebellen, dromers en sceptici, en niet door gewetensvolle ambtenaren vol goede bedoelingen. —Jevgeni Zamjatin, 1921
‘Vaag‘ is het tegenovergestelde van ‘helder‘, maar is dit dezelfde tegenstelling als complex/eenvoudig of indirect/direct? Wat gebeurt er als een tekst wazig wordt rond de randjes of tussen de regels, en waar ligt de grens tussen prikkelend ambigu en frustrerend warrig? In dit nummer van Kluger Hans gaan we op zoek naar eenduidigheid en meerduidigheid in leven en literatuur en verkennen we de voors en tegens van inhoudelijke en stilistische helderheid. Stijl en inhoud (vorm en plot, het zeggen en het gezegde … ) kunnen niet los van elkaar gezien worden – ze vormen een continuüm net als de Ruimtetijd – dus wanneer kies je als schrijver voor complexiteit of onbepaaldheid, en wanneer is het essentieel dat iedere lezer je begrijpt? En sluiten helderheid en complexiteit elkaar uit? Gedicht, essay, proza, dagboek, spoken word—welk medium kies je voor jouw idee, boodschap, gevoel, en hoe verken je de mogelijkheden van dat medium?
Zamjatins bekende citaat hierboven benadrukt dat echte kunst contrair is, tegen de orthodoxie ingaat. En alle periodes en stromingen kennen zowel ketters als ambtenaren. In een tijd van militarisering en nationalisme is dadaïstische poëzie de enige rationele reactie, en een tekst als Kurt Schwitters’ Ursonate is nadrukkelijk geen vaagheid om de vaagheid, geen l’art pour l’art. In een periode van alomtegenwoordige relativering is juist heldere oprechtheid heel avantgardistisch. Het is ketters om rechttoe rechtaan te schrijven wanneer iedereen verzandt in warrigheid, maar het is ambtenarig om altijd direct te willen zijn als de wereld al heel zwart-wit is en minder en minder nuance kent.
Als een tekst een boodschap of een (politiek) ideaal kraakhelder wil communiceren, waar ligt dan de grens tussen literatuur en retoriek? Is een werk dat haast onleesbaar vaag is en de meeste lezers buitensluit kunstzinnig, of onttrekken makers zich zo aan hun verantwoordelijkheid jegens het publiek? — Verbergen schrijvers dat ze eigenlijk niks te zeggen hebben? Zijn we bang verkeerd begrepen te worden of willen we juist niet vast te pinnen zijn? En waar ligt in ons dagelijks leven het verschil tussen irritante halfslachtigheid, kwetsende duidelijkheid en sympathieke warrigheid?
Stuur ons jouw verhaal, gedicht of essay tussen ondubbelzinnigheid en verwarring, tussen helderheid en grilligheid, en draag bij aan Kluger Hans #44: Blur.
Kluger Hans doet ook graag expliciet een oproep naar beginnende literairevertalers. Wil je graag werk van een opkomende schrijver uit een ander taalgebied vertalen naar het Nederlands? Stuur dan zeker je voorstel in, want we zetten met plezier vertaaltalenten en internationale schrijvers in de kijker. Voor meer info over de voorwaarden kijk je even op onze inzendpagina.
Een eindeloos vallen – niet naar beneden, maar alle kanten op, in het ijle – zo wordt chaos in de Griekse mythologie beschreven. Chaos is er de ongeordende massa die aan alles voorafgaat. Tegelijkertijd draagt de chaos de kiemen van het leven in zich: het is de voorouder van alle goden, de levenloze ruimte waaruit alles ontstond.
In ons tijdsgewricht dient chaos omzeild te worden. Althans, dat draagt een stroom aan zelfhulpboeken en youtube-video’s ons op. Volg het juiste stappenplan en creëer zo orde in je huis, in je hoofd, in je relaties. Er zijn ook tegengeluiden. In Lof van het rommelige leven noemt Katie Roiphe het toelaten van chaos een vorm van verzet. Ze trekt in puntige beschouwingen ten strijde tegen onze hedendaagse conventies en overdreven regelzucht.
Het overweldigende en oncontroleerbare jaagt misschien schrik aan, maar tegelijkertijd gaat er van chaos een enorme aantrekkingskracht uit. Een verlangen naar een roekeloos en ongeordend bestaan waarin elke factor onvoorspelbaar blijkt.
Wat raken we kwijt als we chaos uit ons bestaan weren? Wat gebeurt er als we ons eraan overgeven? Is chaos een destructieve kracht of juist zwanger van potentie? Wat zie jij als je aan chaos denkt? Beleven we meer en intenser op onvoorspelbare momenten of brengt juist orde en regelmaat ons verlichting en diepzinnigheid?
Stuur ons je meest chaotische of misschien juist heldere teksten en draag bij aan Kluger Hans #42.
NIEUW! (Of toch nieuw sinds #40 (des)illusie.) Kluger Hans doet ook graag expliciet een oproep naar beginnende literairevertalers. Wil je graag werk van een opkomende schrijver uit een ander taalgebied vertalen naar het Nederlands? Stuur dan zeker je voorstel in, want we zetten met plezier vertaaltalenten en internationale schrijvers in de kijker. Voor meer info over de voorwaarden kijk je even op onze inzendpagina.